53 fiscale eindejaarstips 2013 (1/3)

 

Hierbij presenteren wij u de fiscale eindejaarstips
voor 2013. Het gaat om in totaal 53 tips, die we in 3 delen publiceren. In dit
eerste deel tips voor alle belastingplichtigen en voor ondernemers en
rechtspersonen.

In deze tips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Een aantal van deze plannen is echter nog niet definitief, omdat ze nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.

Deel 1
Tips voor alle belastingplichtigen

tip 1 t/m 10

Tips voor ondernemers en rechtspersonen
tip 11 t/m 20

 

 

Tips voor alle belastingplichtigen

Voor het jaar 2014 staat een breed scala aan bezuinigings- en ombuigingsmaatregelen op stapel. Alle belastingplichtigen zullen de gevolgen daarvan gaan merken. Toch liggen er ook fiscale mogelijkheden. Zo kunt u uw box 3 vermogen verlagen en daarmee uw toeslagen behouden en u kunt uw levenslooptegoed voordelig opnemen tot en met 31 december 2013.

 

1) Betaal uw lijfrentepremie op tijd
Premies voor een lijfrenteverzekering of stortingen op een lijfrentespaarrekening of beleggingsrecht zijn alleen aftrekbaar als u in een bepaald jaar niet voldoende pensioen heeft opgebouwd. Dit wordt bepaald aan de hand van de jaarruimte of reserveringsruimte. Als u aan dit criterium voldoet, is het zaak dat u de premies daadwerkelijk in 2013 betaalt! Doet u dit niet, dan kunt u de lijfrentepremie ook niet in uw aangifte 2013 in aftrek brengen.

Er is een uitzondering op de regel dat lijfrentepremies alleen aftrekbaar zijn als zij ook daadwerkelijk in dat jaar betaald zijn. Staakt u als ondernemer uw onderneming in 2013 en zet u de stakingswinst vóór 1 juli 2014 om in een lijfrente, dan is de premie aftrekbaar mits u deze in de eerste zes maanden van volgend jaar betaalt. Datzelfde geldt voor de omzetting van de oudedagsreserve in een lijfrente.

Tip
Wanneer uw onderneming overgaat van een eenmanszaak naar een BV, kunt u de lijfrente onderbrengen bij de voortzettende onderneming. U kunt dan een lijfrente bedingen bij uw BV in plaats van bij een bank of verzekeraar. Bovendien hoeft u niet af te rekenen over (een deel van) de stakingswinst.

2) Vermogenstoets toeslagen en eigen bijdrage AWBZ
Vanaf dit jaar geldt een vermogenstoets voor de zorgtoeslag en het kindgebonden budget. Ook is de eigen bijdrage voor de AWBZ voor mensen met vermogen verhoogd. Hebt u nu recht op zorgtoeslag of het kindgebonden budget, hou dan uw vermogen in box 3 – zoals uw bank- en spaartegoeden – in de gaten.
Vanaf 1 januari 2013 geldt namelijk een vermogenstoets voor beide toeslagen. Wanneer u op de peildatum 1 januari 2014 boven een bepaald bedrag aan vermogen in box 3 uitkomt, ontvangt u in 2014 geen toeslagen meer. De drempel is uw grondslag sparen en beleggen, deze mag niet meer zijn dan € 80.000.
Voor de hoogte van de eigen bijdrage voor de AWBZ telt uw verzamelinkomen mee. Naast 4% van uw vermogen dat al in het verzamelinkomen zit, wordt vanaf 2013 ook nog 8% van uw belaste box 3-vermogen bij het (verzamel)inkomen geteld. Het verzamelinkomen is de basis voor de berekening van de eigen bijdrage AWBZ. Hierdoor kan uw eigen bijdrage AWBZ oplopen tot maar liefst € 24.169. Overigens wordt voor de bepaling van deze eigen bijdrage uitgegaan van het verzamelinkomen en het vermogen in box 3 van twee jaar eerder.

Tip
Door te schenken aan kinderen, kleinkinderen of een goed doel (al dan niet onder schuldigerkenning) verlaagt u uw vermogen en verkleint u het nadeel van de vermogenstoets voor de toeslagen of de vermogensinkomensbijtelling voor de eigen bijdrage AWBZ. Zie ook tip 8.

3) Belastingvoordeel met groen sparen of beleggen
In box 3 betaalt u belasting over uw spaargelden en beleggingen. Spaart u op een groene spaarrekeningen of belegt u in groene projecten, dan is de Belastingdienst u goed gezind. U krijgt hiervoor een vrijstelling in box 3 van maximaal € 56.420
(€ 112.840 voor partners gezamenlijk). Dit bespaart 1,2% aan belastingheffing. Bovendien hebt u recht op een heffingskorting van 0,7% (2013) van het vrijgestelde bedrag in box 3. Uw rendement ligt door deze belastingvoordelen maximaal 1,9% hoger. Wilt u gaan beleggen in een groen fonds, check dan ook of dit fonds wel door de Belastingdienst als een dergelijk fonds is aangewezen, want anders profiteert u niet van de voordelen.

Tip
Op 1 januari 2014 is de volgende peildatum voor box 3. Als u op dat moment groen spaart of belegt, krijgt u de genoemde voordelen. Vaak moet een inleg op een groene spaarrekening of groen fonds minimaal een jaar blijven staan. Stel dat u uw inleg laat staan tot begin januari 2015, dan profiteert u zowel in 2014 als in 2015 van de belastingvoordelen, terwijl u vanaf januari 2015 weer een hoger rendement krijgt op uw vermogen op bijvoorbeeld een reguliere spaarrekening. Hierdoor hebt u dubbel voordeel in 2015.

Let op!
Heeft u recht op zorg- of huurtoeslag of kindgebonden budget, hou er dan rekening mee dat de vrijstelling voor groene beleggingen in de inkomstenbelasting niet telt voor de toeslagen. Groene beleggingen tellen dus mee als vermogen voor de vermogenstoets.

4) Forse veranderingen van de AOW
De komende jaren zult u steeds wat langer moeten wachten voordat u de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Deze leeftijd gaat namelijk stapsgewijs omhoog. Dit jaar met een maand, in 2014 met twee maanden en in 2015 met drie maanden.
Na 2015 gaat dit volgens de plannen van het huidige kabinet nog sneller omhoog. Hierdoor bereikt u de AOW-leeftijd in 2018 met 66 jaar en in 2021 met 67 jaar. Doordat u later AOW krijgt, wordt u mogelijk geconfronteerd met een inkomensgat. Afhankelijk van uw leeftijd kan het verstandig zijn om hier nu al rekening mee te houden, bijvoorbeeld door extra geld opzij te zetten.

Neemt u op 1 januari 2013 deel aan een VUT- of prepensioenregeling, dan heeft u zich niet kunnen voorbereiden op de leeftijdsverhoging van de AOW. U kunt dan mogelijk gebruikmaken van een overbruggingsregeling. De regeling geldt voor deelnemers met een inkomen tot 200% van het bruto wettelijk minimumloon
(300% voor paren). Om te bepalen of u in aanmerking komt voor de overbruggingsregeling, tellen het inkomen van uw partner en uw vermogen mee. Uw eigen woning en pensioenvermogen tellen echter niet mee.

Partnertoeslag
De partnertoeslag vervalt op 1 april 2015. Dat is al besloten in 1995. U heeft na 1 april 2015 alleen nog recht op toeslag als u bent geboren voor 1 januari 1950,
u voor 1 januari 2015 gehuwd of samenwonend was én voor 1 april 2015 een gedeeltelijke of hele toeslag kreeg. Voor deze gevallen wil het kabinet de partnertoeslag per 1 juli 2015 aanpassen. Als u samen met uw partner een hoger inkomen heeft, stopt de partnertoeslag na een afbouw van drie jaren. Dit staat in een wetsvoorstel dat op 1 oktober 2013 is aangenomen door de Tweede Kamer.
De Eerste Kamer moet het voorstel nog behandelen en goedkeuren. De wijzigingen gelden naar verwachting vanaf 1 januari 2015.

Tip
Als uw partner naar een verpleeghuis gaat, kunt u ervoor kiezen om AOW voor alleenstaanden aan te vragen. U krijgt dan beiden 70% van het wettelijk minimumloon aan AOW, in plaats van beiden 50% van het wettelijk minimumloon. Dit scheelt ongeveer € 600 per maand. Deze keuze heeft echter wel gevolgen voor bijvoorbeeld de eigen bijdrage AWBZ. Laat u hierover vooraf goed informeren.

5) Naar één rekeningnummer voor uitbetalingen
De Belastingdienst betaalt vanaf 1 december 2013 bedragen, zoals een teruggaaf van inkomstenbelasting of een toeslagvoorschot, uit op één rekeningnummer.
Dat rekeningnummer moet op uw naam staan. Het is dan niet meer mogelijk om een voorlopige aanslag of een toeslag door de Belastingdienst over te laten maken op andermans rekening (voor de kinderopvangtoeslag kan een uitzondering gelden). Ontvangt u van de Belastingdienst bedragen op de gezamenlijke rekening met uw partner, dan blijft dit zo, zolang de rekening in ieder geval ook op uw naam staat.

Tip
Als er door de overgang naar één rekeningnummer voor u iets verandert, dan ontvangt u als het goed is vóór 1 maart 2014 van de Belastingdienst een brief.
U kunt natuurlijk ook altijd zelf uw rekeningnummer aan de Belastingdienst doorgeven.

6) Geen notariële akte voor periodieke giften meer nodig
Bent u van plan om periodiek een bedrag te schenken aan een Algemeen Nut Beogende Instelling (ANBI) of een vereniging met minimaal 25 leden, stel dit dan nog even uit tot volgend jaar. Vanaf 1 januari 2014 vervalt namelijk de verplichte notariële akte voor de aftrekbaarheid van de gift in de inkomstenbelasting en dat levert een besparing op van notariskosten. De periodieke gift is vanaf volgend jaar ook aftrekbaar als deze wordt vastgelegd in een schenkingsovereenkomst tussen de gevende en de ontvangende partij. Wel blijft gelden dat een periodieke gift alleen aftrekbaar is als deze een looptijd heeft van minimaal vijf jaar (of eindigt bij eerder overlijden).
De Belastingdienst zal binnen enkele maanden een model-schenkingsovereenkomst ter beschikking stellen via een download op de website.

Tip
U kunt ook uw reguliere giften omzetten in periodieke giften. Voor periodieke giften gelden namelijk geen drempels, terwijl bij reguliere giften een ondergrens van 1% en een bovengrens van 10% van het verzamelinkomen geldt. Dit is met name aantrekkelijk als u bijvoorbeeld jaarlijks net boven de ondergrens uitkomt met uw reguliere giften.

Tip
Schenkt u aan een culturele ANBI, dan mag u uw gift voor de berekening van de giftenaftrek in de inkomstenbelasting verhogen met 25%. Deze verhoging kan maximaal € 1.250 zijn.

7) Stel uitgaven voor specifieke zorgkosten niet langer uit
Maakt u kosten voor ziekte of invaliditeit, dan heeft u mogelijk recht op aftrek van uitgaven voor specifieke zorgkosten. De aftrek van specifieke zorgkosten wordt steeds verder aan banden gelegd. Zo zijn bijvoorbeeld dit jaar de kosten van bepaalde vruchtbaarheidsbehandelingen en de kosten voor bepaalde mobiliteitshulpmiddelen, zoals een rollator, al niet meer aftrekbaar. Volgend jaar worden de regels opnieuw aangescherpt, dus stel uw uitgaven voor specifieke zorgkosten niet langer uit.
Vanaf 2014 zijn namelijk ook de uitgaven voor scootmobielen, rolstoelen en woningaanpassingen niet langer fiscaal aftrekbaar. Voor deze voorzieningen komt u mogelijk nog wel in aanmerking voor een bijdrage vanuit uw gemeente.

Let op!
Alleen de uitgaven voor specifieke zorgkosten die u niet vergoed krijgt van uw ziektekostenverzekering mag u aftrekken (voor zover deze meer bedragen dan het wettelijk eigen risico).

8) Belastingvrij schenken nog aantrekkelijker
Uw vermogen moet u op een gegeven moment overdragen. Schenken bij leven is nog altijd voordeliger dan vererven bij overlijden. Zeker als u handig gebruikmaakt van de vrijstellingen in de schenkbelasting. Dit jaar mag u aan uw kinderen belastingvrij een bedrag schenken van € 5.141. Is uw zoon of dochter tussen de
18 en 40 jaar, dan kunt u eenmalig belastingvrij een bedrag schenken van € 24.676. Dit kan ook als uw kind zelf ouder is dan 40 jaar, maar zijn of haar partner die leeftijd nog niet heeft bereikt.

Deze eenmalig verhoogde vrijstelling voor kinderen van 18 tot 40 jaar kan nog verhoogd worden tot € 51.407 als uw kind het geld gebruikt voor de eigen woning of om een dure studie te betalen. Er gelden aanvullende voorwaarden, dus laat u goed informeren voordat u een schenking doet.

Tip
Van 1 oktober 2013 tot 1 januari 2015 geldt er zelfs een hogere vrijstelling als het gaat om een schenking voor de eigen woning. In plaats van het plafond van
€ 51.407, geldt tijdelijk een vrijstelling van maximaal € 100.000, mits het bedrag wordt gebruikt voor de eigen woning of voor de aflossing van een hypotheekschuld. Ook de leeftijdsgrens vervalt tijdelijk en de relatie tussen schenker en ontvanger is niet van belang. Iemand mag dus ook schenkbelastingvrij een schenking (maximaal € 100.000) voor de eigen woning ontvangen van een ander familielid of van een willekeurige derde. Tot slot mag de schenking ook worden gebruikt voor de aflossing van een restschuld na verkoop van de eigen woning. Dit is een structurele verruiming vanaf
29 oktober 2012, die ook na 1 januari 2015 mogelijk blijft.
Zie ook tip 46 voor de woningeigenaar.

9) Extra korting bij opname levenslooptegoed dit jaar
Neemt u deel aan de levensloopregeling en was het tegoed op uw levenslooprekening op 31 december 2011 € 3.000 of meer, dan kunt u door blijven sparen in de regeling tot 1 januari 2022. Vanaf 2012 bouwt u echter al geen levensloopverlofkorting, een extra belastingkorting, meer op.

Besluit u nog dit jaar het volledige tegoed in één keer op te nemen, dan betaalt u belasting over 80% van het tegoed dat op 31 december 2011 op de rekening stond. Het tegoed dat u heeft opgebouwd vanaf 1 januari 2012 is wel volledig belast. U mag zelf weten waaraan u het tegoed besteedt. De eis dat het levenslooptegoed alleen kan worden opgenomen voor verlof, is komen te vervallen.

Let op!
U kunt het gespaarde bedrag op de levenslooprekening in 2013 ook in delen opnemen. Dit is echter minder voordelig. U betaalt dan belasting over 100% van het levenslooptegoed dat u vóór het laatste deel opneemt. Slechts voor het laatste deel van het levenslooptegoed dat u opneemt, geldt dat de belasting wordt berekend over 80% van dit tegoed. Neemt u uw volledige tegoed in 2013 op, dan kunt u niet meer bijstorten op de levenslooprekening. De levensloopregeling is dan voor u definitief beëindigd.

10) Inkeren bij zwart geld
Heeft u bepaalde inkomsten of vermogen (binnenlands of buitenlands) in het verleden niet of niet volledig aan de Belastingdienst doorgegeven, dan heeft u de mogelijkheid om uw aangifte inkomstenbelasting vrijwillig te verbeteren. Dit wordt ook wel de inkeerregeling genoemd. De Belastingdienst geeft ‘zwartspaarders’ tijdelijk de mogelijkheid om boetevrij in te keren. Wie zichzelf vóór 1 juli 2014 vrijwillig meldt bij de Belastingdienst krijgt geen boete. Daarna geldt de huidige inkeerregeling weer. De boete bij inkeer bedraagt dan 30% van de ontdoken belasting. Vanaf 1 juli 2015 gaat deze boete verder omhoog naar 60% van de ontdoken belasting.

 

Tips voor ondernemers en rechtspersonen 

Zoals elk jaar kunnen de investeringsregelingen en de verliesverrekeningsregels relatief eenvoudig tot belastingbesparing voor ondernemers leiden. Daarnaast moet geanticipeerd worden op de hogere belastingrente die de Belastingdienst vanaf volgend jaar in rekening brengt. Verder zijn er ook niet-fiscale aandachtspunten, zoals de invoering van IBAN.

 

11) Bestel een milieuvriendelijke auto in 2013. In 2014 vervallen een aantal voordelen
Zie verder Deel 3. Tips voor automobilisten – tip 42.

12) Maak gebruik van willekeurige afschrijving
Heeft u investeringsplannen, kijk dan of u deze mogelijk nog dit jaar kunt realiseren. Investeert u namelijk in de periode 1 juli tot en met 31 december in een nieuw bedrijfsmiddel, dan mag u hier in 2013 direct tot de helft op afschrijven. Deze tijdelijke verruiming van de willekeurige afschrijving vervalt weer op 1 januari 2014.
Er gelden twee belangrijke voorwaarden:
1. Is het boekjaar gelijk aan het kalenderjaar, dan kunt u alleen in 2013 eenmalig en maximaal 50% willekeurig afschrijven op het nieuwe bedrijfsmiddel. Over het restant schrijft u normaal af.
2. U moet het bedrijfsmiddel vóór 1 januari 2016 in gebruik nemen. Slechts in zéér
uitzonderlijke gevallen mag hiervan worden afgeweken.

Tip
Door gebruik te maken van deze willekeurige afschrijving kunt u een liquiditeits-
en rentevoordeel behalen. U schrijft namelijk in 2013 meer af, zodat uw winst lager wordt en u dus minder belasting hoeft te betalen. Dit liquiditeitsvoordeel wordt overigens in de jaren daarna weer teruggenomen, omdat u dan minder kunt afschrijven op het bedrijfsmiddel. Het rentevoordeel behoudt u wel.

Bepaalde bedrijfsmiddelen, zoals gebouwen en immateriële activa (goodwill), zijn uitgesloten. Neemt u het bedrijfsmiddel niet gelijk in 2013 in gebruik, dan moet u rekening houden met een betalingscriterium. De willekeurige afschrijving is dan niet alleen beperkt tot 50%, maar ook tot het bedrag dat u heeft betaald voor uw investering.

13) Haal nog snel investeringsaftrek binnen
Investeert u dit jaar voor meer dan € 2.300 in bedrijfsmiddelen, dan heeft u recht op investeringsaftrek. Naast de kleinschaligheidsinvesteringsaftrek (KIA) komt u mogelijk ook in aanmerking voor de energie-investeringsaftrek (EIA) of de milieu-investeringsaftrek (MIA) en de willekeurige afschrijving milieu-investeringen (Vamil). Door uw investeringen dit jaar goed te plannen kunt u optimaal profiteren van de aftrek.

Let op!
Niet alle bedrijfsmiddelen komen in aanmerking voor investeringsaftrek. Zo zijn bedrijfsmiddelen met een investeringsbedrag van minder dan € 450 uitgesloten, maar ook bijvoorbeeld goodwill, woonhuizen, grond en personenauto’s. Dit jaar is er nog een uitzondering voor zéér zuinige personenauto’s. Deze komen dit jaar nog wel in aanmerking voor de KIA maar volgend jaar niet meer. Voor (semi-)elektrische auto’s blijft de MIA dan overigens wel mogelijk.

Voorkom dat u door veel kleine investeringen de drempel van € 2.300 niet haalt. Mogelijk kunt u investeringen in dat geval naar voren halen. Bij grote investeringen is het wellicht verstandig om deze te spreiden over meerdere jaren.
De kleinschaligheidsinvesteringsaftrek neemt namelijk af naarmate het totale investeringsbedrag groter wordt. Bij een investeringsbedrag van meer dan € 306.931 is in 2013 helemaal geen aftrek meer mogelijk.

Houd er wel rekening mee dat als u een bedrijfsmiddel in 2013 nog niet in gebruik heeft genomen, u voor de investeringsaftrek moet uitgaan van het bedrag dat u dit jaar voor het bedrijfsmiddel heeft betaald.

Tip
Heeft u investeringsplannen in een milieuvriendelijk of energiebesparend bedrijfsmiddel en is het investeringsbedrag relatief klein, kijk dan of u deze investering in ieder geval nog in 2013 kunt doen. In 2014 gaat het minimuminvesteringsbedrag voor de EIA en de MIA/Vamil namelijk omhoog van € 450 naar € 2.500. Dat wil zeggen dat als het investeringsbedrag inclusief verbeterkosten van het bedrijfsmiddel minder bedraagt dan € 2.500, dit bedrijfsmiddel is uitgesloten voor deze regelingen.

Wilt u de investeringsaftrek toepassen, dan moet u hierom verzoeken in de aangifte inkomstenbelasting of de aangifte vennootschapsbelasting. U heeft alleen recht op de MIA of de EIA als u het bedrijfsmiddel binnen drie maanden na het doen van de investering aanmeldt bij Agentschap NL (www.agentschapnl.nl).

14) Geef een btw-schuld op
Heeft u op de balans nog een btw-schuld staan over de periode 2008 tot en met 2012, meld deze schuld dan zo snel mogelijk bij de Belastingdienst met een ‘suppletie omzetbelasting’. Op die manier voorkomt u dat heffingsrente en boete verder oplopen. Neem hiervoor contact op met uw belastingadviseur.

De Belastingdienst is op dit moment druk bezig om de aangifte inkomstenbelasting of de aangifte vennootschapsbelasting van ondernemers te vergelijken met de ingediende btw-aangiften. Blijkt hieruit dat er nog een btw-schuld over voorgaande jaren openstaat, dan ontvangt u van de Belastingdienst een brief waarmee u de aangiftegegevens kunt controleren, vóórdat er een aanslag aan u wordt opgelegd.

15) Bent u al over op IBAN?
Per 1 februari 2014 worden alle rekeningnummers van zowel particulieren als bedrijven vervangen door internationale rekeningnummers (IBAN). U bent hier ongetwijfeld door uw bank al op gewezen. De overgang naar IBAN heeft met name voor bedrijven nogal wat voeten in de aarde. Zo zult u uw softwarepakketten en facturatiesystemen tijdig moeten aanpassen. En wat dacht u van uw briefpapier of andere communicatiemiddelen waarop u uw rekeningnummer vermeldt? Wacht daarom niet langer en start met uw voorbereidingen. De website www.overopIBAN.nl bevat alles wat u nodig heeft voor een soepele overgang.

16) Bespaar minimaal 4 of 8% belastingrente: check uw voorlopige aanslagen
Met het einde van het jaar in zicht, kunt u uw winst voor 2013 waarschijnlijk redelijk goed inschatten. De voorlopige aanslag die u aan het begin van het jaar van de Belastingdienst heeft ontvangen, kan te laag zijn vastgesteld. Check daarom samen met uw belastingadviseur uw voorlopige aanslag en voorkom dat uw onderneming op dit moment te weinig belasting betaalt. Vraag – indien nodig – de Belastingdienst op tijd om een (nadere) voorlopige aanslag. Zo voorkomt u tevens dat u onnodig belastingrente betaalt als de winst hoger uitvalt dan in eerste instantie verwacht.

Let op!
De belastingrente gaat vanaf 1 april 2014 omhoog. Het percentage van de belastingrente is voor de inkomstenbelasting dan minimaal 4% en voor de vennootschapsbelasting zelfs minimaal 8%.

17) Benut de herinvesteringsreserve
Verkoopt u een bedrijfsmiddel en behaalt u hiermee een boekwinst, dan betaalt u over deze winst belasting. U kunt deze belastingheffing echter uitstellen door de boekwinst te reserveren in de herinvesteringsreserve. U moet dan wel een vervangingsvoornemen hebben. Investeert u in een nieuw bedrijfsmiddel, dan boekt u de reserve af op de aanschafprijs van het nieuwe bedrijfsmiddel.

De herinvesteringstermijn bedraagt maximaal drie jaar na het jaar waarin u het bedrijfsmiddel heeft verkocht. Dat betekent dat als u in 2010 de boekwinst van een bedrijfsmiddel heeft toegevoegd aan de herinvesteringsreserve, u nog tot 31 december 2013 de tijd heeft om in een nieuw bedrijfsmiddel te investeren. Zo niet, dan valt de boekwinst van het verkochte bedrijfsmiddel alsnog vrij en moet u hierover belasting betalen. In bijzondere gevallen is het mogelijk om de herinvesteringstermijn te verlengen. U heeft dan wel toestemming van de belastinginspecteur nodig.

Tip
Stelt u bepaalde vermogensbestanddelen ter beschikking aan uw BV of aan de onderneming van uw partner, dan mag u ook een herinvesteringsreserve vormen. Deze mogelijkheid staat namelijk ook open voor de ‘terbeschikkingsteller’.

18) Einde aangiftebrief omzetbelasting
Verzorgt u zelf de aangifte omzetbelasting van uw bedrijf, dan ontvangt u periodiek van de Belastingdienst de aangiftebrief omzetbelasting. Deze dient ter herinnering dat het weer tijd is om uw btw-aangifte te doen. Bij deze aangiftebrief zit ook altijd een acceptgiro. Beide komen te vervallen. De acceptgiro verdwijnt al per december 2013 en de aangiftebrief vanaf 1 januari 2014.

Wel krijgt u begin januari eenmalig een jaaroverzicht van de Belastingdienst met daarin de aangiftetijdvakken, de uiterste inlever- en betaaldatums en de betalingskenmerken.

Tip
Wilt u toch graag periodiek een herinnering van de Belastingdienst ontvangen, dan kunt u dit regelen via het beveiligde gedeelte van de Belastingdienstsite. U ontvangt dan automatisch per e-mail een herinnering dat het weer tijd is voor uw btw-aangifte.

Gebruikt u aangifte- of administratiesoftware voor de aangifte btw en eventueel de opgaaf intracommunautaire prestaties (ICP), zorg er dan voor dat uw software vanaf 1 januari 2014 geschikt is voor SBR (Software Business Reporting programma). Informeer hier tijdig naar bij uw softwareleverancier. Ook moet u een PKIoverheid (services) servercertificaat hebben of een alternatief. Doet u de aangifte omzetbelasting in het aangifteprogramma op het beveiligde gedeelte van de internetsite van de Belastingdienst, dan verandert er niets.

19) Voorkom verliesverdamping
Uw bedrijfsverliezen zijn niet onbeperkt verrekenbaar met uw bedrijfswinsten. In de vennootschapsbelasting kunt u een verlies verrekenen met de belastbare winst uit het voorgaande jaar (carry-back) of met de winsten uit de komende negen jaar (carry-forward). Bent u ondernemer in de inkomstenbelasting, dan kunt u een verlies verrekenen in box 1 met positieve inkomsten uit de drie voorafgaande jaren en de negen volgende jaren.

Heeft u in 2004 een verlies geleden dat u nog niet heeft kunnen verrekenen, laat dit verlies dan niet ongemerkt verdampen. Misschien kunt u dit jaar nog winst naar voren halen. Er zijn allerlei mogelijkheden om verliesverdamping te voorkomen. Wilt u bijvoorbeeld een bedrijfsmiddel verkopen, stel dit dan niet uit. Behaalt u met de verkoop namelijk een belaste (boek)winst, dan kunt u hiermee nog openstaande verliezen verrekenen. Informeer bij uw adviseur welke mogelijkheden u wellicht heeft.

Let op!
Voor de aangiften 2009 tot en met 2011 gold in de vennootschapsbelasting een tijdelijke verruiming van de carry-backtermijn van één jaar naar drie jaar. Heeft u hier gebruik van gemaakt, dan is de voorwaartse verliesverrekening (carry-forward) beperkt van negen tot zes jaar.

20) Last van integratieheffing? Stel nieuw pand uit tot 2014!
De integratieheffing in de omzetbelasting wordt per 1 januari 2014 afgeschaft. Hiermee komt een einde aan de btw-heffing over zelfvervaardigde goederen, waarover nog geen btw werd berekend. U krijgt nu nog te maken met de integratieheffing wanneer u als ondernemer een goed vervaardigt of laat vervaardigen, en hier de materialen voor ter beschikking stelt. De heffing komt dan om de hoek kijken als u het goed vervolgens gaat gebruiken voor (deels) vrijgestelde prestaties. Tijdens de vervaardiging kunt u de btw in aftrek brengen; bij oplevering (ingebruikname) bent u dan btw verschuldigd. Met name vrijgestelde ondernemers die een bedrijfspand lieten bouwen op eigen grond kregen te maken met de integratieheffing. Dat is nu binnenkort verleden tijd.

Tip
Omdat de integratieheffing wordt afgeschaft, kan het verstandig zijn om de ingebruikname van een nieuw onroerend goed – dat u voor vrijgestelde prestaties gaat gebruiken – uit te stellen tot na 1 januari 2014.

Voor ondernemers die nu al btw op goederen en diensten in aftrek hebben gebracht in de veronderstelling dat zij bij ingebruikname van het nieuw vervaardigd goed integratieheffing zouden moeten betalen, is er overgangsrecht. Dit komt er kort gezegd op neer dat u de btw gedurende de vervaardiging tot 1 januari 2014 nog in aftrek kunt brengen. Bij ingebruikname van het goed voor vrijgestelde prestaties moet u deze btw in een keer terugbetalen.

 

 

 

 

 

 

 
 
 
Deze publicatie wordt u in eerste instantie aangeboden door BusinessCompleet.nl in samenwerking met Alfa Accountants en Adviseurs