53 fiscale eindejaarstips 2013 (2/3)

Hierbij presenteren wij u deel 2 van de fiscale eindejaarstips voor 2013. Het gaat om in totaal 53 tips, die we in 3 delen publiceren. In dit tweede deel tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting, BV’s en DGA’s en werkgevers.

In deze tips hebben wij zo veel mogelijk rekening gehouden met de plannen van het kabinet voor volgend jaar. Een aantal van deze plannen is echter nog niet definitief, omdat ze nog door de Tweede en Eerste Kamer moeten worden goedgekeurd.

 

Deel 2
Tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting tip 21 t/m 24

Tips voor BV’s en DGA’s tip 25 t/m 32

Tips voor werkgevers tip 33 t/m 39

Tips voor ondernemers in de inkomstenbelasting

De IB-ondernemer doet er verstandig aan zijn financiële en fiscale positie eens tegen het licht te houden. Benut u de ondernemersfaciliteiten voldoende, is uw pensioen goed geregeld en maakt de Flex-BV het inmiddels niet voordeliger om over te stappen naar een BV?

21) Hou uren bij voor het urencriterium
Wilt u profiteren van een aantal aantrekkelijke ondernemersfaciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek, de startersaftrek voor beginnende ondernemers en de meewerkaftrek, dan zult u moeten voldoen aan het urencriterium. Oftewel, u moet elk jaar minimaal 1.225 uren werken aan, in en voor uw bedrijf (bedrijven). Bent u niet alleen ondernemer maar bijvoorbeeld ook werknemer, dan zit er nog een addertje onder het gras. U moet namelijk meer dan de helft van de tijd aan uw bedrijf besteden. Vergeet dus niet uw uren te administreren. Zo kunt u bij vragen of controle van de Belastingdienst in ieder geval aantonen dat u aan het urencriterium voldoet.

Voldoet u aan het urencriterium, dan bedraagt de zelfstandigenaftrek dit jaar een vast bedrag van € 7.280 (€ 3.640 bij AOW-leeftijd of ouder), maar maximaal het bedrag van de winst vóór ondernemersaftrek. Is uw winst te laag, dan mag u het bedrag aan niet-gerealiseerde zelfstandigenaftrek verrekenen met winsten in de volgende negen jaar. Voor startende ondernemers geldt – naast de zelfstandigenaftrek – een startersaftrek van € 2.123. De beperking dat de zelfstandigenaftrek niet meer kan bedragen dan de winst geldt niet voor een starter.

Tip
Voor de mkb-winstvrijstelling hoeft u niet te voldoen aan het urencriterium. Deze vrijstelling vermindert uw belastbare winst uit onderneming na ondernemersaftrek (zoals de zelfstandigenaftrek) met 14%.

22) Sparen voor uw oude dag in de onderneming
Een belangrijk onderscheid tussen u als ondernemer en een gewone werknemer is dat u de mogelijkheid heeft om geld in uw onderneming te reserveren voor uw oude dag: de oudedagsreserve. Deze oudedagsreserve staat op de nominatie om in de toekomst te worden afgeschaft, maar zover is het voorlopig nog niet. Voldoet u aan het urencriterium en had u aan het begin van dit jaar de AOW-leeftijd nog niet bereikt, dan mag u bij voldoende eigen vermogen een deel van de winst toevoegen aan uw oudedagsreserve. Over dit deel betaalt u dan nog geen inkomstenbelasting. Dit jaar bedraagt de toevoeging 12% van de winst met een maximum van € 9.542. Vanaf 2014 gaat dit percentage omlaag naar 10,9%. Eventuele pensioenpremies die u al van de winst heeft afgetrokken, verminderen de toevoeging aan de oudedagsreserve.

Let op!
De oudedagsreserve is een vorm van belastinguitstel. Op de opgebouwde reserve rust nog een belastingclaim. Op enig moment, vaak als u stopt met uw onderneming, moet u dus alsnog afrekenen. Toevoegen aan de oudedagsreserve is vaak alleen aantrekkelijk als u nu in de hoogste belastingschijf zit.

23) Overweeg de overstap naar een BV
Sinds de invoering van het nieuwe BV-recht per 1 oktober 2012 is het aantal BV’s fors toegenomen. Overweegt u de BV-vorm, dan zijn de oprichting en de overstap nu eenvoudiger dan voorheen en is er meer maatwerk mogelijk. Wel kunt u als bestuurder of aandeelhouder eerder aansprakelijk gesteld worden voor schulden van uw BV. Bij de oprichting van een BV hoeft u niet langer een minimumkapitaal te storten van € 18.000. Dat maakt voor veel ondernemers de BV-vorm aantrekkelijker.

Bij de inbreng van een bestaande onderneming in de BV hoeft u geen accountantsverklaring meer te laten opstellen. Ook de verplichte accountantsverklaring die nodig was als u binnen twee jaar na oprichting zelf een transactie met uw BV deed, is komen te vervallen.

Tip
Hoewel de verplichte accountantsverklaring is komen te vervallen, is deze verklaring nog steeds nuttig. Bijvoorbeeld als de BV een externe financiering nodig heeft of bij overleg met de Belastingdienst.

Het antwoord op de vraag of u wel niet moet overstappen op de BV-vorm is niet eenvoudig te geven. Bij zeer hoge winsten kan het om fiscale redenen voordeliger zijn om voor de BV-vorm te kiezen. Dit is echter lang niet altijd het geval. Daarvoor spelen te veel factoren en uw persoonlijke situatie een rol. Overweegt u de BV-vorm, overleg dan met uw adviseur.

24) Laatste btw-aangifte: vergeet niet het privégebruik bedrijfsauto
Gebruikt u als ondernemer de auto van de zaak ook privé, dan moet u voor de btw met dit privégebruik rekening houden. De eventueel verschuldigde btw geeft u aan en betaalt u bij de laatste btw-aangifte van het jaar.

De regel is als volgt. Gebruikt u de auto van de zaak ook privé, dan kunt u de btw op de aanschaf, eventuele leasekosten, het onderhoud en het gebruik aftrekken voor zover u de auto gebruikt voor belaste omzet. Omdat u de auto ook privé gebruikt, moet u over het privégebruik btw betalen. U kunt daarvoor gebruikmaken van een forfaitaire regeling. Voor de btw-heffing over het privégebruik gaat u dan uit van 2,7% van de catalogusprijs van de auto, inclusief btw en bpm.

Tip
Voor de auto die vijf jaar (inclusief het jaar van ingebruikneming) in de onderneming is gebruikt en tot uw bedrijfsvermogen hoort, geldt een lager forfait van 1,5%. Heeft u bij de aankoop van de auto geen btw in aftrek gebracht, dan mag u voor de berekening van het privégebruik eveneens uitgaan van 1,5%.

U hoeft geen gebruik te maken van de forfaitaire regeling. U mag namelijk ook btw betalen over het werkelijke privégebruik. Dit kan soms voordeliger zijn dan de forfaitaire regeling. U moet dan wel een kilometeradministratie bijhouden.

 

Tips voor BV’s en DGA’s

Voor DGA’s liggen er verschillende wijzigingen in het verschiet.
De gebruikelijkloonregeling wordt waarschijnlijk aangescherpt en het box 2-tarief wordt tijdelijk verlaagd. Bovendien moet de pensioenbrief worden aangepast aan de nieuwe pensioenrichtleeftijd.

25) Ken uw gebruikelijk loon
Weet u of u wel voldoende salaris ontvangt vanuit uw BV? Volgens de huidige regels hoort u dit jaar vanuit uw BV namelijk een gebruikelijk loon te ontvangen van minimaal € 43.000. Nu kan dit, afhankelijk van uw situatie, lager uitvallen.
De bewijslast voor een lager gebruikelijk loon ligt bij u. U en de BV moeten kunnen aantonen dat in het economisch verkeer een lager loon gebruikelijk is.

Het gebruikelijk loon kan ook hoger zijn dan € 43.000, iets waar de praktijk zich niet altijd bewust van is. Dit is het geval als bij soortgelijke dienstbetrekkingen – waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt – een hoger loon gebruikelijk is.
U mag het salaris dan stellen op 70% van dit hogere gebruikelijk loon. U heeft dus een marge van 30%, oftewel uw loon mag niet meer dan 30% afwijken van het hogere gebruikelijk loon.

Let op!
Er zijn plannen om de marge van 30% op het gebruikelijk loon vanaf 2015 fors te verlagen. Dat kan voor u in 2015 dus een verplichte salarisverhoging betekenen.

26) Vraag een voorlopige verliesverrekening aan
Heeft uw BV in 2011 een winst behaald, maar het jaar 2012 afgesloten met een verlies, dan kunt u de inspecteur na het indienen van de aangifte vennootschapsbelasting 2012 verzoeken om een voorlopige verliesverrekening.
De Belastingdienst zal dan alvast 80% van het vermoedelijke verlies verrekenen met de winst van 2011. Dat levert een liquiditeitsvoordeel op, want uw BV kan sneller beschikken over een deel van het nog terug te verwachten belastinggeld.
De voorlopige verliesverrekening wordt naderhand verrekend met de definitieve verliesverrekening of met de aanslag over het jaar 2012.

27) Informatieplicht bij lening voor eigen woning
Leent u geld van de BV voor uw eigen woning, dan is de door u betaalde rente aftrekbaar in box 1 onder de eigenwoningregeling. Bij de BV is de ontvangen rente belast. Vanaf begin dit jaar gelden er nieuwe regels voor de hypotheekrenteaftrek. Voor een nieuwe hypotheek is alleen nog renteaftrek mogelijk als deze in dertig jaar en ten minste volgens een annuïtair schema volledig wordt afgelost.

Heeft u dit jaar een nieuwe hypotheek afgesloten bij uw eigen BV, dan moet u de gegevens over deze lening doorgeven aan de Belastingdienst met het formulier ‘opgaaf lening eigen woning’. Dit formulier is te downloaden van de website van de Belastingdienst.

Let op!
Hoeft u niet verplicht af te lossen om hypotheekrente in aftrek te brengen, bijvoorbeeld omdat u de lening al vóór 1 januari 2013 heeft afgesloten bij uw BV, dan hoeft u geen gegevens aan de Belastingdienst door te geven.

Alleen als u de gegevens heeft doorgegeven mag u de hypotheekrente in aftrek brengen in uw aangifte inkomstenbelasting. Het formulier ‘opgaaf lening eigen woning’ moet worden verstuurd bij het doen van de aangifte inkomstenbelasting 2013, maar uiterlijk vóór 31 december 2014. Is er een wijziging in de lening, dan moet u dit doorgeven binnen één maand na het einde van het jaar waarin de wijziging plaatsvond.

28) Stel een dividenduitkering uit tot volgend jaar
Heeft uw BV voldoende overtollige liquide middelen om aan u een dividend uit te keren, wacht dan nog even tot volgend jaar. Dan gaat het box 2-tarief namelijk voor een jaar omlaag met 3%-punt. Het belastbaar inkomen dat u in 2014 uit aanmerkelijk belang geniet, is dan belast tegen een tarief van 22% in plaats van 25%, voor zover dat inkomen niet hoger is dan € 250.000. Als u een fiscale partner heeft kunt u het verlaagde tarief toepassen op een box 2-inkomen van maximaal € 500.000.

Let op!
Keer niet zomaar dividend uit. Neem hiervoor altijd eerst contact op met uw adviseur, want er is een aantal zaken waar u rekening mee moet houden.

Voordat uw BV dividend kan uitkeren, zal er een verplichte uitkeringstoets moeten worden uitgevoerd om te bepalen of de BV ook na de dividenduitkering aan haar verplichtingen kan blijven voldoen. Een extra waarschuwing is op zijn plaats als u ook pensioen in eigen beheer opbouwt. Om te bepalen of er voldoende vermogen in de BV overblijft na de dividenduitkering, moet gekeken worden naar de commerciële waarde en niet naar de fiscale waarde van de pensioenverplichting op de balans.

29) Pas uw pensioencontract op tijd aan
Met ingang van 1 januari 2014 gaat de pensioenrichtleeftijd voor het aanvullend pensioen omhoog van 65 naar 67 jaar. De jaarlijkse pensioenopbouw gaat dan omlaag. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd en de verlaging van de pensioenopbouwpercentages hebben ook gevolgen voor uw pensioen wanneer u dit in eigen beheer bij uw BV opbouwt. De pensioenovereenkomst die u heeft afgesloten met uw BV moet worden aangepast. Neem hiervoor zo snel mogelijk contact op met uw adviseur.

Let op!
Aanpassing van uw pensioenovereenkomst hoeft niet als uw pensioenopbouw is stopgezet vóór 1 januari 2014 of als uw pensioen al is ingegaan.

30) Stamrecht met voordeel op te nemen
Heeft u in het verleden ooit een ontslagvergoeding (gouden handdruk) ontvangen in de vorm van een stamrecht en deze ondergebracht bij uw BV, een bank, beleggingsinstelling of een verzekeraar, dan kunt u deze nu niet in een keer opnemen. Onder de ‘stamrechtvrijstelling’ mag u op dit moment het stamrecht alleen in de vorm van periodieke uitkeringen ontvangen. Volgend jaar komt daar verandering in. U krijgt dan de mogelijkheid om de stamrechtaanspraak in één keer op te nemen zonder revisierente van 20% over de waarde van dit stamrecht. Doet u dat in 2014, dan krijgt u een extra korting waardoor u belasting betaalt over 80% van de uitkering. Neemt u het stamrecht in 2015 of later in één keer op, dan betaalt u wel inkomstenbelasting over 100% van de uitkering.

U bent overigens niet verplicht om uw bestaande stamrecht in één keer op te nemen. Voor bestaande stamrechten blijft de stamrechtvrijstelling gewoon gelden.

Tip
Laat u goed informeren of het voor u aantrekkelijk is om de stamrechtaanspraak in 2014 in één keer op te nemen. U krijgt dan wel een korting, maar u moet nog steeds over een fors bedrag en afhankelijk van de hoogte van de uitkering afrekenen tegen een toptarief van 52% inkomstenbelasting.

Op dit moment is het overigens nog onduidelijk of banken en verzekeraars mee willen werken aan het in één keer opnemen van het stamrecht. Is het stamrecht ondergebracht bij uw BV, dan zal dit minder problemen opleveren. Het is echter maar de vraag of ook in dat geval opname van de stamrechtaanspraak in één keer mogelijk is. Vaak zit het stamrechtkapitaal namelijk vast in de BV.

31) Uw pensioen-BV in zwaar weer? Stempel eenmalig af
De economische crisis is nog niet voorbij. Het is daarom niet ondenkbaar dat uw pensioen-BV hier onder te lijden heeft. Er kan zelfs sprake zijn van onderdekking door wellicht jarenlange tegenvallende beleggings- en ondernemingsverliezen.
De opgebouwde pensioenaanspraken in eigen beheer mogen in dat geval echter niet zomaar zonder fiscale gevolgen worden verminderd.

Als er echter sprake is van een onderdekking (dekkingsgraad minder dan 75%) door reële beleggings-en ondernemingsverliezen, dan is het vanaf dit jaar mogelijk om toch op de pensioeningangsdatum eenmalig een vermindering van de pensioenaanspraken toe te passen. De voorwaarden zijn streng. Zo mag bijvoorbeeld de te lage dekkingsgraad niet zijn ontstaan doordat uw BV aan u dividenduitkeringen heeft verricht.

32) Wees bedacht op de compartimenteringsreserve
Er is een forse wijziging in de deelnemingsvrijstelling op komst. Heeft uw BV aandelen in een of meerdere dochtervennootschappen waarop de deelnemingsvrijstelling van toepassing is, dan moet uw BV mogelijk een compartimenteringsreserve bij sfeerovergang gaan vormen. Van sfeerovergang is sprake als er op enig moment juist wel of juist niet aan de voorwaarden voor de deelnemingsvrijstelling wordt voldaan. De aandelen in de dochtervennootschap gaan dan over van de belaste naar de onbelaste sfeer (deelnemingsvrijstelling) of andersom.

Is sprake van een sfeerovergang van belast naar onbelast, dan moet uw BV een belaste compartimenteringsreserve op de balans vormen. Is juist sprake van de omgekeerde situatie, dus een sfeerovergang van onbelast naar belast, dan moet er een onbelaste compartimenteringsreserve worden gevormd.
De compartimenteringsreserve valt al dan niet belast vrij als op de aandelen in een deelneming (dochtervennootschap) positieve of negatieve voordelen worden gerealiseerd. Daarbij gaat het niet alleen om vervreemdingsvoordelen bij bijvoorbeeld verkoop van de aandelen, maar ook om ontvangen dividenden.

Let op!
De compartimenteringsreserve is nu nog niet van toepassing. Recent is hier een wetsvoorstel voor ingediend. Als de Tweede en Eerste Kamer instemmen met dit wetsvoorstel, dan werkt de compartimenteringsreserve terug tot en met 14 juni 2013. Uw BV moet de reserve voor een bestaande deelneming dan vormen op het moment dat voor het eerst na die datum een voordeel wordt genoten op de aandelen in de deelneming.


Tips voor werkgevers

In de loonsfeer staan een aantal belangrijke thema’s op de agenda voor 2014: de aanpassingen van de spelregels voor pensioenopbouw, de verlengde crisisheffing over hoge lonen zal in maart worden geheven en 2014 is het laatste jaar waarin werkgevers zich kunnen voorbereiden op de werkkostenregeling.

34) Ook volgend jaar werkgeversheffing hoge lonen
De voor dit jaar geldende werkgeversheffing over hoge lonen, ook wel crisisheffing genoemd, komt volgend jaar nog een keer terug. Wel heeft het kabinet beloofd dat dit een eenmalige terugkeer is en dat de crisisheffing dus niet structureel wordt. Desalniettemin moet u als werkgever voor elke werknemer die dit jaar een loon heeft van meer dan € 150.000, in 2014 over het meerdere wederom 16% belasting (eindheffing) betalen. Het gaat daarbij om het loon uit tegenwoordige dienstbetrekking over het hele jaar 2013, dus inclusief alle structurele en incidentele beloningen en dus ook inclusief de bijtelling auto.

Tip
Overleg met uw adviseur of het mogelijk is om dit jaar een voorziening op de balans te vormen voor de crisisheffing die u in 2014 moet betalen.

35) Afdrachtvermindering onderwijs wordt subsidieregeling
De afdrachtvermindering onderwijs verdwijnt met ingang van volgend jaar. Hiervoor in de plaats komt vanaf 1 januari 2014 de subsidieregeling praktijkleren. Biedt u leer-werkplekken aan, dan is het verstandig hier nu alvast rekening mee te houden, want niet voor alle leerling-werknemers heeft u dan recht op subsidie.
Voor sommige bestaande leer-werktrajecten geldt een overgangsregeling.

U kunt straks subsidie krijgen voor een leer-werkplek voor leerlingen in het mbo die een beroepsbegeleidende leerweg volgen (BBL) en studenten die een hbo-opleiding volgen in de techniek (inclusief agro), bestaande uit een combinatie van leren en werken. Ook voor werknemers aan wie maatschappelijk de meeste behoefte bestaat, zoals studenten, onderzoekers, ontwerpers en promovendi in bepaalde vakgebieden, kunt u subsidie krijgen.
Voor bepaalde doelgroepen, zoals mbo-studenten die een beroepsondersteunende leerweg (BOL) volgen of vmbo-leerlingen die een leer-werktraject doen, komt u niet in aanmerking voor de subsidieregeling praktijkleren.

Tip
Overleg met uw adviseur of u in aanmerking komt voor de nieuwe subsidieregeling en hoe u deze moet aanvragen.

36) Verdiep u in de Werkkostenregeling
Vanaf 1 januari 2011 kunnen werkgevers al gebruikmaken van de Werkkostenregeling. Tot nu toe hebben nog maar weinig werkgevers de overstap gemaakt, want de Werkkostenregeling is namelijk nog niet verplicht. De verplichte invoering is nu zelfs uitgesteld van 2014 naar 2015. Ook volgend jaar mag u dus nog kiezen voor het oude systeem van (vrije) vergoedingen en verstrekkingen in de loonsfeer.

Ondanks dat u nog de keuze heeft, is het verstandig om u nu al te verdiepen in de Werkkostenregeling, want de overstap naar de regeling vergt nogal wat voorbereiding. Bovendien kan het in uw geval wellicht voordelig zijn om al volgend jaar over te gaan op de Werkkostenregeling.

Tip
Overleg met uw adviseur welk regime van verstrekkingen en vergoeding voor u fiscaal het meest gunstig is in 2014.

37) Mogelijk aanpassing pensioencontract van uw werknemers
Met ingang van 1 januari 2014 gaat de jaarlijkse pensioenopbouw omlaag.
Zo gaat het maximale opbouwpercentage voor middelloonregelingen omlaag van 2,25% naar 2,15% en voor eindloonregelingen van 2% naar 1,9%. Ook de pensioenrichtleeftijd voor het aanvullend pensioen gaat met ingang van 2014 omhoog van 65 naar 67 jaar. Beide wijzigingen hebben gevolgen voor de pensioenregeling van uw werknemers. Door deze wijzigingen moeten de pensioenovereenkomsten van uw werknemers mogelijk worden aangepast.

Het is mogelijk om het pensioenreglement ongewijzigd te laten, maar dan moet de huidige pensioenregeling wel binnen de per 1 januari 2014 geldende fiscale kaders blijven.

Tip
Overleg met het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar waar de pensioenregeling van uw werknemers is ondergebracht of aanpassing van het pensioenreglement wenselijk dan wel noodzakelijk is en wat de gevolgen hiervan zijn. Het kan zijn dat uw werknemers formeel akkoord moeten gaan met een wijziging van het pensioenreglement. Als werkgever heeft u bovendien de plicht om toe te zien dat de pensioenuitvoerder uw werknemers tijdig inlicht over eventuele wijzigingen.

38) Verklaring geen privégebruik auto werknemer? Blijf op de hoogte
Heeft u als werkgever van uw werknemer een ‘verklaring geen privégebruik auto’ ontvangen, dan hoeft u geen bijtelling meer toe te passen. De werknemer verklaart hiermee dat hij met de auto niet meer dan 500 privékilometers per jaar gaat rijden. De verklaring werkt voor u als werkgever als een soort vrijwaring. Mocht achteraf blijken dat de werknemer toch meer privékilometers heeft gereden, dan krijgt niet u als werkgever, maar de werknemer zelf een naheffingsaanslag met boete. Dit is alleen anders als u weet dat u de bijtelling onterecht niet toepast. Dit is het geval als u bijvoorbeeld weet dat de werknemer toch meer privékilometers rijdt.
Vanaf 1 januari 2012 geldt er al een zwaardere informatieverplichting. Is er sprake van onjuistheden of onvolledigheden, dan moet u uit eigen beweging de Belastingdienst hiervan op de hoogte stellen.

Tip
Vergeet niet de ‘verklaring geen privégebruik auto’ bij uw loonadministratie te bewaren. Zolang er geen wijzigingen zijn, blijft de verklaring geldig. In november ontvangt uw werknemer een brief van de Belastingdienst waarmee hij wijzigingen kan doorgeven. Informeer hiernaar bij uw werknemer en administreer eventueel ook het wijzigingsformulier. Zo bent u er in ieder geval op tijd van op de hoogte of u volgend jaar wel of geen rekening moet houden met een bijtelling.

39) Versnel het ontslagtraject
Als u met een werknemer in een ontslagprocedure verwikkeld bent is het belangrijk om te weten of de werknemer nog gebruik kan maken van de stamrechtvrijstelling.
De belastingheffing over de ontslagvergoeding kan dan immers worden uitgesteld.
Om nog in aanmerking te komen voor de stamrechtvrijstelling is echter wel haast geboden:
– De stamrechtovereenkomst moet getekend zijn vóór 1 januari 2014 en voldoen aan alle wettelijke voorwaarden. Zo moet bijvoorbeeld uit de overeenkomst blijken dat de werkgever aan zijn werknemer een aanspraak toekent op periodieke uitkeringen ter vervanging van gederfd of te derven loon.
– De ontslagdatum moet op 31 december 2013 vaststaan. Het ontslag moet dus vóór 31 december aanstaande zijn aangezegd. De werkelijke ontslagdatum moet binnen de wettelijke opzegtermijn liggen.

 

 

 

 

 

 

 

Deze publicatie wordt u in eerste instantie aangeboden door BusinessCompleet.nl in samenwerking met Alfa Accountants en Adviseurs